Assurance-rapport
Assurance-rapport
Aan: het bestuur van Stichting Auto & Recycling
Opdracht
Wij hebben een assurance-opdracht uitgevoerd overeenkomstig Standaard 3000 “Assuranceopdrachten anders dan opdrachten tot controle of beoordeling van historische financiële informatie”. Onze assurance-opdracht is gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid ten aanzien van de opzet en de werking van de administratieve organisatie, met daarin begrepen het systeem van interne beheersingsprocedures van Stichting Auto & Recycling gedurende het boekjaar 2010 ter zake van de goederenstroom en het uitkeren van premies. Tevens is onze assurance-opdracht gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid dat de ingezamelde en verwerkte hoeveelheden materiaal zoals opgenomen in tabel 1 van het duurzaamheidverslag 2010 (pagina 26) in alle van materieel belang zijnde opzichten juist zijn weergegeven.
Criteria
De administratieve organisatie en het daarin begrepen systeem van interne beheersingsprocedures ter zake van de goederenstroom dient zodanig te zijn opgezet en te werken dat, uitgaande van de oradmeldingen van gecontracteerde autodemontagebedrijven, kan worden vastgesteld dat alle door deze autodemontagebedrijven aangeboden materialen worden ingezameld door gecontracteerde inzamelaars en ter verwerking worden geaccepteerd door gecontracteerde verwerkers.
De administratieve organisatie en het daarin begrepen systeem van interne beheersingsprocedures ter zake van het uitkeren van premies dient te waarborgen dat premies terecht worden uitgekeerd. Vanwege de beperkingen die inherent zijn aan elk systeem van interne beheersingsprocedures, kunnen fouten en onregelmatigheden ontstaan die niet door de interne beheersingsprocedures worden ontdekt.
Verantwoordelijkheid van het bestuur
Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor de opzet en de doorlopend goede werking van een adequate administratieve organisatie en het daarin begrepen systeem van interne beheersingsprocedures.
Het bestuur van de stichting is eveneens verantwoordelijk voor de in tabel 1 van het duurzaamheidverslag 2010 (pagina 26) opgenomen gegevens.
Verantwoordelijkheid van de accountant
Het is onze verantwoordelijkheid in een assurancerapport onze conclusie inzake de opzet en de werking van deze administratieve organisatie en het daarin begrepen systeem van interne beheersingsprocedures te formuleren, alsmede onze conclusie te formuleren inzake de juistheid van de in tabel 1 van het duurzaamheidverslag 2010 (pagina 26) opgenomen ingezamelde en verwerkte hoeveelheden materiaal.
Wij hebben onze werkzaamheden verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Hierin staan onder meer gedragsregels, inclusief eisen voor de onafhankelijkheid van onze teamleden.
De belangrijkste werkzaamheden voor het uitvoeren van onze assurance-opdracht waren:
- Het identificeren van inherente risico’s ter zake van de goederenstroombeheersing en ter zake van het uitkeren van premies en onderzoeken in hoeverre deze risico’s worden afgedekt door interne beheersingsprocedures.
- Het, voor zover relevant voor onze opdracht, middels deelwaarnemingen toetsen van deze interne beheersingsprocedures op een effectieve werking gedurende het verslagjaar.
- Het vaststellen dat de in tabel 1 van het duurzaamheidverslag 2010 (pagina 26) opgenomen ingezamelde en verwerkte hoeveelheden materiaal gedurende 2010 juist zijn door een combinatie van interviews met de functionarissen die verantwoordelijk zijn voor de meting en de registratie, het uitvoeren van cijferbeoordelingen, verbandscontroles alsmede rechtstreeks op deze gegevens gerichte detailcontroles. Deze detailcontroles hebben wij uitgevoerd via deelwaarnemingen met behulp van interne en externe informatiebronnen.
Wij zijn van mening dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
Conclusie
Op grond van onze werkzaamheden komen wij tot de conclusie dat de administratieve organisatie en het daarin begrepen systeem van interne beheersingsprocedures ter zake van de goederenstroom en het uitkeren van premies gedurende het boekjaar 2010 in alle van materieel belang zijnde opzichten adequaat waren opgezet en hebben gewerkt. Op grond van onze werkzaamheden komen wij eveneens tot de conclusie dat de ingezamelde en verwerkte hoeveelheden materiaal zoals opgenomen in tabel 1 van het duurzaamheidverslag 2010 (pagina 26) in alle van materieel belang zijnde opzichten juist zijn weergeven.
’s-Hertogenbosch, 16 mei 2011
KPMG ACCOUNTANTS N.V.
R.P.A.M. Engelen ra
